Nu - Willem Barnas
Na een bewust gekozen staakt het schrijven heb ik in december 2024 toch de pen maar weer opgepakt. Dit keer moest het van een ouwe vismaat. Zijn plotselinge verdwijnen van deze aardkloot en de manier waarop, dwongen mij ertoe. Het heeft veel met me gedaan dat hij wegviel en ook zoals hij wegviel. Het was een ander jaar, ook aan het water. Ik ben er zonder enige twijfel weer anders door gaan ervaren en beleven. Het is afschuwelijk verdrietig en doodzonde dat zo’n gozer er zo aan toe moest raken en geen kans meer zag. Huiveringwekkend. Boiliemachines vielen stil en zelfs de stoere Friese karpers rolden naar verluidt dagen niet.
<.jpeg> Stilte.
<.jpeg> en gewaarschuwd mens schrikt niet.
Niet zo heel veel later zag ik op een video van de KK-meeting Luc de Baets met zijn verhaal over zijn tijd op het KK. De tijd van een leven. Hij ging er daar in Geel onbewust ook nog maar eens even stevig op staan. Luc zou Luc niet zijn als hij niet met zwaar kaliber schoot en als je openstaat voor harde klappen, komen ze ook als zodanig aan. Als duizenden dertig-millimeters, recht in je smoel. Zijn boodschap was volgens mij: De mooiste tijd is nu, het grootste cadeau is dit, je beste kans is deze. Gun het jezelf nou eens en schiet er ook maar een beetje mee op alsjeblieft. De tijd tikt en het ongeluk zit niet alleen in een klein hoekje, maar in potentie werkelijk in elke hoek en ieder gat. En het verrast, het stuurt geen bericht vooraf. Het ontzet. Dat maakten ondanks de grote verschillen, zowel het verhaal van Arjan als van Luc, maar ook dat van Luc zijn vismaten Swa en Ronny, mij heel erg duidelijk. Je weet maar nooit wanneer je geluk op is. Stuur er op af en probeer het te grijpen.
Later als je groot bent is het te laat. Ook al is het leven en het vissen niet (altijd) maakbaar, probeer er wel van te maken wat je ervan maken kunt.
Wat hebben die gasten daar toen wat bij elkaar zitten hengelen hè, maar ook dat gebeurde natuurlijk niet zomaar. Daar moest ook wel een verdraaid goeie aanloop aan vooraf gaan…
<.jpeg> De mooiste tijd is nu.

<.jpeg> Barstend van het leven.

Wonder in de woonwijk
Blij met de regen zit hij daar te badderen dat het een lieve lust is. Hij schudt en strijkt en poetst zich helemaal op voor de grijze dag waar wij mensen vandaag al toe veroordeeld hebben. Hij heeft er zin in. Dit is zijn kans en hij grijpt hem. Op deze natte dooidag viert een kramsvogel zijn feest, helemaal alleen in de grauwe kou. Het grijs is zijn goud. De concurrentie heeft hij keihard de keet uitgejaagd. Opgesodemieterd. Dit hier is van hem! Dagenlang hing hij soms zelfs ondersteboven fladderend, in de besneeuwde takken om zich vol te vreten met meidoornbessen en nu maakt hij zich weer mooi in plaats van dik. Hij moet en zal goed doorvoed en ook in stijl verschijnen, ondanks dat hij de enige is. Zijn bonte pak is er voor op maat gemaakt. Iedereen loopt te zeiken en te zeuren, zelfs Pluvius klaagt pijpestelen, maar hij heet de dingen die op ons neerslaan welkom en wentelt zich er in. Het is zijn rust na werken, zijn luxe na ontberen, zijn winst na afzien. Je zou het niet zeggen, maar hier moet hij nu zijn en dat is hij nu ook. Temidden van dichtgestrate, afgetimmerde en angstvallig gecertificeerde erfjes en grensjes, in de hoogste boom die hier in deze oase van mij tot nu toe heeft kunnen groeien. Dat vogeltje snapt het beter dan die hele woonwijk hier. Hij is vooral bezig met wat hij is. Hij moet wel, maar ik denk dat als hij kiezen kon, hij zichzelf ook niet ergens in op zou sluiten.
Dit is wat er gebeurt als je ergens de juiste omstandigheden voor creëert, dan gebeurt de wonderlijke rest vrijwel direct en ogenschijnlijk vanzelf. Dan volgt het een het ander uit pure logica op. Het is een van de lessen van de bosbouwschool en een van de vele ervaringen in de praktijk. Zowel in de woonwijk, als in de rest van het leven. Een beetje zoals de best lopende voerplek gemaakt met het hardst lopende aas, daarop komen ze gewoon binnen zwemmen, de een na de ander, net zo lang tot het op is. Dat is waarom ik daar achterin die tuin, acht jaar geleden al die sprieten in de grond heb lopen proppen. Met het beeld van nu voor ogen. Het leven een uitnodiging sturend. De hele week heb ik lopen kijken naar die mooie vogel.
<.jpeg> Verstand komt met de jaren.

<.jpeg> Noddies know better.

Achtung Baumfall!!!
In negatieve en destructieve zin werkt het net zo. Ik heb mezelf werkelijk jarenlang dwarsgezeten door me onterecht schuldig te voelen. Er bleven dingen die mij niet lukten, ondanks heel veel inzet en heel veel tijd. Ik probeer mezelf daar niet meer mee verrot te slaan. Ik probeer op die mooie doordeweekse dag, het liefst zo rond de koffie, mijn spullen heel ontspannen en bijna fluitend onder de klep te pleuren en spreekwoordelijk volgas de wereld in te scheuren. Op weg naar water en karpers en lol, een heel leven lang. Ik heb het avontuurlijkste van het avontuurlijkste gedaan, maar ik had het niet meer. Ik werkte in een wildernis met wilde dingen en ik was er wild goed in, maar ik kon niet meer. Niet omdat ik moe was, maar in gevaar. n niet omdat ik toen stormhout stond te zagen, maar vooral hóe. Ik moet er niet te lang aan denken, ik moet er niet teveel over in zitten. Ik stond er. Godzijdank heb ik dat karpervissen. Ik kan er door bewegen in de ruimte die ik wel heb, in plaats van mezelf hekelen omdat ik niet pas in een bepaalde beweging. Ik moet het mezelf gunnen. Nu en voor altijd. Ik moet niet vallen. Niet zo.
<.jpeg> Lichtjaren geleden, nog net niet verkarperd.

<.jpeg> Nee hoor mam, hier alles goed.

Als ik het mezelf gun voel ik geen straat vol ogen meer in mijn rug, geen wijk vol oordelen, geen stekende stigma’s of andere lulkoek. Misschien wel vooral omdat die er niet is, behalve in mijn hoofd, als ik het geloof en het laat bestaan, uit schuldgevoel en het idee dat er een of ander ontwerp of draaiboek is voor een leven. Aju paraplu. Sommige pech is funest. Sommige klappen verdient niemand, maar ze vallen wel, bij bijna iedereen. Ik weet hoe negatieve conditionering werkt. Karpers worden er nagenoeg onvangbaar door, mensen vrijwel niet meer in staat om te leven. Letterlijk levensgevaarlijk, zo’n waanidee, op zo’n oprit. Zaag lang genoeg blind door en het valt. Waarheen weet alleen de zwaartekracht, maar vallen gaat het en meevallen zal het niet, daarvoor is het dan te laat.
Het heeft heel lang geduurd en over is het nooit helemaal, maar het lukt me nu wel om die kletskoek achter te laten waar hij hoort. In fabeltjesland, bij meneer de koekoek. Als er iets is wat ik moet is dat doorgaan met mijn verkarperde leven vieren. Ik heb ook weleens anders gedaan, herinner ik me. Heel jammer was dat. Ik heb mezelf gehaat om wat ik wel en niet was en om wat ik wel en niet kon volhouden. Diep en diep gehaat. Daar komt enkel maar een hoop verdriet van mensen. In ieder geval absoluut geen wonderschone goed doorvoede kramsvogel. Hoewel…
<.jpeg> Er gaat iets groots gebeuren.

<.jpeg> Volbloedig.

<.jpeg> Tweede beet, nóg zo'n hufter.
Koers & kompas
In een dergelijke sfeer trok ik midden in de herfst van 2021 na een stel wat minder fortuinlijke maanden ook al eens naar een rivier. Een rivier waarmee ik nog lang niet klaar was. Een rivier waarvan ik als jochie rake klappen kreeg, maar nu was ik een vent met een rijbewijs én een auto. Nu was ik twintig jaar meer karpervisser en nu knetterde en knalde mijn vuur vooral weer lekker. Het loeide en het gloeide en er kwam geen wolkje rook vanaf.
Met achterin alleen m’n visspullen en op het dashboard slechts een klein stukje keurig beschreven papier (in plaats van onuitstaanbaar gestemde satellietgeleide kaartleestrut), zoemden Willem en het motortje de zon tegemoet. Het motortje zou er nog geen jaar later helemaal op aan puin gaan draaien, maar dat wist Willem toen natuurlijk nog niet en dat zou hem op dat moment ook echt niet kunnen schelen. Hij zou het niet eens geloven. Als het motortje loopt, loopt het motortje en moet je rijden. Dus rijden deed ik, verder dan ik ooit ging met het motortje. Weg uit de kooi die de thuiswateren toen waren. Op jacht en ontdekkingstocht, ook in mezelf. Werkelijk een openbaring, werkelijk een mijlpaal. Vooral omdat het voor mij toen het grootste was dat er in mijn karperen kon zijn en ik het alleen, zelf en naar eigen idee deed. Zonder gezift op sociale kanalen, circuitpolitiek en diplomatieke ruilbuit. Alleen met mijn keuze voor stilte en onzekerheid, instinct en fanatasie. Mijn harde mannenwerk in mijn zwetende jongenshanden. Hopelijk went het nooit.
Dit was zo’n water waar ik al heel lang heen moest en blijkbaar was al die tegenwind en pisnijd nodig om zo ver te komen. Nu stroomde alles en het enige dat ik verder nog wilde was een stek. Een stek die ik niet kende, op een stuk waar ik niks van wist of een keer over las of ooit eens van hoorde, maar dat alleen maar dat water was. Een plek waar ik niemand anders zag of verwachtte, ook niet in de vorm van al teveel stille getuigen. Een plek waar het zo veelbelovend voelde en oogde dat ik de zooi weer op zou durven zetten, in plaats van te koop aanbieden ‘wegens beëindiging hobby’.
Ook al was er aan het water weer het een en ander aan smerigs gebeurd, dit hier van mij is geen hobby. Dit hier van mij stop je niet, dat kan niet. Nooit. Ik houd mijn hengels, allemaal. Ik blijf karpervisser, voor altijd. Karpervissen is mijn anker en karpervissen heeft me door de zwartste wateren geholpen. Die hengels met al hun krassen en de naam van de allergrootste, zijn daar het bewijs van en die gaan fier schuin omhoog, krom op het lood en de stroming. De wildernis uit stekend, de vrijheid in wijzend, mijn hele wereld binnen bereik brengend. In een ereboog buigend voor een echte. Karpervissen.
<.jpeg> Eindelijk een leuke kerst.

<.jpeg> Uitgekomen jongensdromen - special thanks to Mark Tunley.

Smelling flowers
Het voelt weer een beetje als Een bewogen seizoen van Rob Schneider, nog zo’n hoofdstuk dat bepalend is geweest voor mij. Het voelt ook als een vrolijke boycot van de fake plastic trees (Radiohead) in allesbehalve het karpervissen zelf en het voelt als een standpunt. Ik hoef nergens voor te betalen, want ik weet wel waar ze zwemmen. En ik hoef ze niet te boeken, want ik vind ze gewoon. Ik wil niet meer in de rij zitten en ik wil niet bezocht worden en gesocialiseerd. Ik flik het zo omdat mijn visaard dat verlangt, omdat ik zo opgegroeid ben. Met wildvissen. Met karpers kijken en karpers jagen. Met vangen op zicht, met aanslaan op zien pakken. Met ongeschreven regels en met afspraken die je niet hoeft te maken en nu ga ik dit stromende stuk venijn alle hoeken van mijn karpervisser laten zien.
Ik ben weer een blije karpervisser die er eigenlijk geen genoeg van krijgen kan. Met een bakkie en een sjekkie zit ik weer in mijn wereld. Ongeschoren en onderuitgezakt. Zie het motortje daar eens mooi in de verte geparkeerd staan met de telefoon in het dashboardkastje. Fantastisch. Zelfs na een piep is er geen gelul meer mogelijk.
Voor mijn gevoel zet ik het goed op, het moet kloppen zo. Slimme hinderlaag. Alles geconcentreerd rondom die ene flessehals-in-flessehals, het klopt precies, zelfs de flanken zijn gedekt. Toch blijft het stil. Ik zou niet weten wat ik moet veranderen, maar dat hoeft ook niet. Diep van binnen zegt een bijna onhoorbaar lage en kalme stem me dat ik moet blijven en dat ze nog komen. Het lijkt op een zucht, het is als een vlaag en dan is het weer weg. Het is bizar, maar het is echt waar. Keer op keer gebeurt dit weer, elk jaar maak ik het een of meerdere keren mee, vaak juist als het echt even ergens om gaat. Machtig is dat, ik heb er zoveel mooie vissen aan te danken. Als er zo’n gevoel van flow komt, dan komt ook die stem, daar vertrouw ik inmiddels op. Als het helemaal stil wordt in mijn hoofd en alles langzaam lijkt te gaan. Als ik op het goede spoor zit en dichtbij kom, dan ga ik die stem horen. Ik hoef er enkel op die manier op afgestemd te zijn.
Wat ik dan doe? Niet gewoon waar ik mee bezig was, maarwerkelijk al m’n ingevingen volgen. Iedere stok gaat op exact dezelfde vierkante meter met nog een kilo 24’ers en maar een heel klein beetje maples, want daarvan ging er eerder al wat in en zoveel hebben de windes niet weggevreten. Toppen nog iets hoger, lijnen nog wat strakker, puur voor de zekerheid. Baat het niet dan schaadt het niet. Ik draai de gevoeligheid nog wat terug, geen vals gepiep meer. Vroeg het licht uit en slapen. Hoe stiller het is hoe beter, niks verstoren nu. Niks. Dapper en strijdvaardig kruip ik tussen m’n veren. Kom maar op joh steen vol mosseltjes, ik heb er driemaal een halve rol pantsertouw voor geknoopt, die ga je niet meer mollen, die molt jou.
Na een eerste nachtelijke giller komt tijdens zonsopkomst de tweede beet en ik besef me dan pas dat het is gebeurd. Twee puntgave ongeschonden wilde middertigers, een spiegel en een schub. Beide op de middelste hengel in dat geultje in de geul, gelijk de eerste keer, op gelijk die eerste stek. Twintig jaar na dato, appel geschild. Platen van vissen zijn het. In mijn schoot geworpen door de karpergoden. Ik vind ze gewoon op mijn pad, als ik het volg. Vissen die zware hengels licht maken en dikke lijnen dun. Vissen met staarten die wapperen als uitgestoken vlaggen. De stoerste en de allerechtste, gewoon in mijn net. Het kan en ik weet hoe. Vis zoals je bent, doe waar je van droomt, jaag op wat je nodig hebt (en meer niet). Zo lang het nog kan en zo lang het nog gaat. Hier en nu, niet toen en straks en als dan had zou kon. Nu. Luister naar je natuur en voed die goed, dan kómt het goed. En als dat je zo diep raakt dat je er tijdens het fotograferen natte ogen van krijgt, dan is het raak. Dan ben je niet knetter- en knettergek, maar gelukkig. Mooier wordt het simpelweg niet. Ga er maar gewoon mee door, want daarvoor ben je hier, maar kijk wel uit. Vier je feestje niet te hard, want dan is het snel voorbij.
Ik herinner me iemand die zelf geen alcohol drinkt maar die toch een keer de kroeg in liep omdat zijn makkers er wel weer zaten en hij ze even gedag wilde zeggen. Toen hij aangaf liever een glas water te drinken, reageerde een van zijn vrienden met: “Aaah joh man, geniet ervan! Je leeft maar één keer!”, “Ja-háá!!”, kaatste hij, “Daarom zou ik er maar een beetje zuinig op zijn!!”. Niet heel veel later hoorde ik van hem dat van het vriendengroepje vrijwel niets meer over is. Zoiets blijft smerig hangen.
Tel je zegeningen. Koester wat je wel hebt en prijs je rijk met dat cadeau. Pak het direct uit en ga er fijn mee spelen. Dromen zijn er om te vangen.
Wordt vervolgd,
Willem Barnas
<.jpeg> Appel geschild.
